1.  45 jaar hondenschool … hoe het begon …

In 1975 besloten enkele inwoners van Kapelle op den Bos, waaronder onze voorzitter Roger Verbeeck, een hondenclub op te richten.  Deze mensen beoefenden reeds enkele jaren de hondensport in de clubs van Weerde of Zemst.

In de Oxdonkstraat te Kapelle op den Bos vonden zij een geschikt terrein.  Het was eigendom van de uitbater van het café “het Wagenhuis”, bij Roseke.  Na enkele maanden van hard werken om van het braakliggend terrein een geschikt oefenterrein te maken en bovendien een aardig clubhuisje neer te zetten, gingen ze in oktober 1975 officieel van start.

Het doel van de “Kapelse Politiehond” was het africhten van waak- en verdedigingshonden met het oog op ringwedstrijden en demonstraties.  De club werd aangesloten bij een overkoepelende organisatie : de Belgische Kennel Club en zo ging men van start.

Het aantal leden groeide snel.  Er werd 3 maal in de week geoefend.  Na een jaar konden reeds enkele leden deelnemen aan africhtingswedstrijden en bereikten ze bevredigende resultaten.  In 1979 slaagde een Duitse herder in de proeven voor diensthond bij de rijkswacht.  Dit was een hart onder de riem voor de africhters.  De club werd veel gevraagd voor demonstraties naar aanleiding van bvb. een schoolfeest,  wijkfeest, … .  Om wat geld in het bakje te brengen namen enkele leden ook regelmatig bewakingen voor hun rekening : handelsbeurzen, tentoonstellingen, parkings … .

Niet alle nieuwkomers waren geïnteresseerd in het “africhten” van hun hond.  Het was er bij vele mensen enkel om te doen hun hond gehoorzaam te maken en daarom besloot men om met een hondenschool van start te gaan.  Hierdoor kwamen niet langer uitsluitend de herdershonden aan hun trekken maar werd een veel ruimer hondenpubliek bereikt.  De Kapelse Politiehond groeide en raakte meer en meer gekend in de hondensportwereld.  Tot op zekere dag …

Als een donderslag bij heldere hemel kwam in april 1981 het bericht dat men niet langer over het terrein in de Oxdonkstraat kon beschikken.  Het café, waaraan het terrein grensde, werd namelijk verkocht.  De nieuwe eigenaars hadden grootse plannen om het café “Het Wagenhuis” om te bouwen tot een dancing “Quinie”.  De ruimte die de hondenclub innam met haar terrein en lokaaltje had men nodig voor de aanleg van een parking.  De club, nog in volle groei, stond voor een zware opgave.

Al vrij vlug werd een nieuw terrein gevonden aan de Leiweg te Kapelle op den Bos (nabij visvijver Kruisput).  De grond was eigendom van de Heer Frans Daelemans, gepensioneerd landbouwer. En daar herbegon men.

2.    Kapelse Hondenclub – Leiweg

Het terrein was eigendom van Frans Daelemans en Justine D’Hondt, wonende Kapellebaan.  Frans was gepensioneerd landbouwer met een groot hart voor dieren en voor het verenigingsleven.  Van hem kreeg de club ook alle steun bij de aanleg van de terreinen en de oprichting van de kantine.

Verschillende leden hadden het laten afweten maar toch werd, dankzij het onuitputtelijk doorzettingsvermogen van de voorzitter en enkele ondernemende leden, het weiland omgetoverd tot een prachtig oefenterrein.  Een nieuw clubhuis werd gebouwd, veel ruimer en praktischer dan vroeger, en de activiteiten van de club gingen bijna ononderbroken door.  Door de enorme toename van het aantal leden, niet alleen uit Kapelle op den Bos maar uit diverse naburige gemeentes zoals Mechelen, Tisselt, Zemst, Londerzeel, Opwijk, Vilvoorde, Meise, Heffen en Elewijt zag de club zich verplicht zelfs een tweede terrein aan te leggen.

De evolutie van de hondenclub verliep echter niet zonder problemen.  De vereniging werd indertijd tegengewerkt door de naaste buur, die een hondenclub niet hoog in het vaandel droegen.  Klachten werden ingediend, processen-verbaal werden opgemaakt.  De buurman was echter een enkeling met zijn ongegronde en onsportieve aantijgingen.  Met de steun van het gemeentebestuur en de gemeentelijke sportraad kon de club uitgroeien tot een volwaardige kynologische vereniging.

De accomodatie van de club kende toen in gans Vlaams Brabant geen gelijke.  Het terrein werd aangelegd met een groot assortiment aan sierstruiken, loof- en naaldbomen, er werd zelfs een heuveltje en een vijvertje uitgewerkt.  Bij het rustige clublokaal hoorde ook een ruime keuken en overdekte barbecueruimte, die hun dienst bewezen bij de inrichting van wedstrijden, opendeurdagen en “barbecues”.

Het werd steeds duidelijker dat de interesse van de hondenbezitters meer uitging naar de hondenschool, waar de nadruk lag op het gehoorzaam en sociaal worden van de hond, dan naar de africhting.  Zo groeide de hondenschool steeds meer terwijl het aantal africhters gelijk bleef en later verminderde.  In 1984 besloot het toenmalig bestuur om de club te laten aansluiten bij de “Koninklijke Unie Sint Hubertus”.  Haar aanvraag tot aansluiting werd op 29 september 1984 goedgekeurd en in het tijdschrift WOEF van november 1984 gepubliceerd.  Het aansluitingsnummer van de club werd 810.  Alweer een keerpunt in de geschiedenis van de Kapelse Politiehond.

Na de aansluiting bij de Sint-Hubertus moesten de africhters zich aanpassen aan het nieuwe programma dat toch voor verschillende oefeningen anders geïnterpreteerd werd dan bij de Belgische Kennel Club.  De aanvalsmannen moesten opnieuw hun brevet voor aanvalsman behalen.  De grootste veranderingen gebeurden echter in de hondenschool.  Nu bestond immers een officieel programma met vastgestelde oefeningen voor de gezelschapshonden.  Daarnaast kwam ook de mogelijkheid, voor alle honden, om een “brevet” te behalen en later deel te nemen aan wedstrijden in het gehoorzaamheidsprogramma.  Er werd hard gewerkt om deze nieuwe programma’s onder die knie te krijgen.  Ook de instructeurs moesten zich aanpassen, het bleek een hele opgave om alles in praktijk te brengen.  De nieuwe leden bleven toestromen uit de verschillende randgemeenten van Kapelle op den Bos en zelfs uit het Antwerpse en het Brusselse.  De club bleef doorgaan met haar demonstraties en bewakingen, doch stapte volledig af van de africhtingswedstrijden.

In september 1985 werd het 10-jarig bestaan van de vereniging gevierd.  De Kapelse Politiehond was thans een begrip geworden, niet alleen gekend voor zijn demonstraties en bewakingen of voor zijn hondenschool maar voornamelijk voor de dierlievende manier waarop er met de honden wordt gewerkt en de eensgezinde en kameraadschappelijk sfeer, eigen aan de club. Tijdens de viering van het 10-jarig bestaan werd Roger Verbeeck, stichter van de club, eveneens in de bloemetjes gezet voor zijn 10-jaar voorzitterschap.

Aanvankelijk was de interesse van de leden voor het behalen van hun brevet en het hele wedstrijdgebeuren maar miniem.  Gestimuleerd door de personen die toch hun brevet behaalden en nadat de club tot haar eerste wedstrijd in het gehoorzaamheids-programma, in mei 1988, besloot, kwam hierin verandering.  In maart 1988 behaalden 3 instructeurs van de club hun officieel brevet van instructeur voor het gehoorzaamheidsprogramma.  Hierdoor ging er plots een frisse bries doorheen de club waaien.

Vanaf toen nam de interesse voor het gehoorzaamheids-programma steeds meer toe.  Verschillende geleiders waagden ook, met succes, hun kansen in het wedstrijdprogramma I.  Onze leden scoorden (althans niet onmiddellijk) bij de top drie maar konden toch hun mannetje staan.  De leuze van de club was -en is nog steeds- deelnemen, in kameraadschap, zonder jaloezie of nijd, is belangrijker dan winnen.  Leden die moedig alle klassen doorliepen met hun hond en tevreden waren over de werking van de school, maakten onbewust reclame voor onze club en zo ging men door … .  Tijdens een algemene vergadering werd beslist om de naam van de club van “Kapelse Politiehond” te veranderen in “Kapelse Hondenclub”.  Dit om de algemene misvatting te vermijden, als zou de club enkel toegankelijk zijn voor “politiehonden”.  Met de nieuwe naam stond men meer open voor alle hondenrassen (en niet-rassen) en in het bijzonder voor de kleinere rassen.

In de maand augustus 1989 vernamen we dat de heer Frans Daelemans, eigenaar van het terrein, aan een ongeneeslijke ziekte leed.  Dit was droevig nieuws maar we wisten niet wat voor gevolgen dit bovendien voor onze club zou hebben.  Begin september liet Frans Daelemans de voorzitter bij zich komen en vertelde hem dat hij van plan was zijn eigendom onder zijn drie kinderen te verdelen en dat zij besloten hadden om bepaalde gronden (waaronder ons terrein) te verkopen aan een particulier die op zijn beurt een verkavelingsplan ging uitvoeren.  We moesten de Leiweg verlaten, alles ontruimen en afbreken tegen 1 mei 1990.

Verdriet en ontgoocheling kregen de bovenhand.  Negen jaar lang hadden we met Frans in een goede, vriendschappelijke sfeer samengewerkt.  Het deed hem pijn om ons, die hij als zijn vrienden beschouwde, dit terrein en daarmee de dromen, toekomstplannen, hobby, … te moeten afnemen.  Frans bood ons een ander terrein aan.  Het lag echter bijna 500 m van de dichtstbijzijnde openbare weg, we moesten gebruik maken van andere privé-wegen om dit terrein te bereiken, het aanleggen van elektriciteit zou minimum honderdtwintigduizend frank kosten, het bouwen van een lokaal, midden in deze groene zone, zou nooit toegestaan worden, dus … een onmogelijke opgave.  Roger besloot eerst zelf het nieuws te verwerken en over een mogelijke oplossing na te denken.  Twee weken later, 16 en 17 september 1989, organiseerde de club haar jaarlijkse opendeurdagen.  Deze opendeurdagen werden weer een enorm succes.  Alle leden droegen hun steentje bij en namen deel aan een goede, succesrijke demonstratie van gehoorzaamheid en/of africhting.

 

De week daarna, voor de oefeningen, verzamelde één van de geleiders iedereen op het terrein voor een kleine toespraak.  Vol overgave vertelde zij ons dat het hoog tijd werd dat de instructeurs eens in de bloemetjes werden gezet.  Zij waren het immers die, in weer en wind, met veel plezier en enthousiasme, steeds paraat stonden voor de geleiders, die op hun beurt weer plezier konden beleven aan hun hobby.  Vervolgens kregen de instructeurs daadwerkelijk een mooie ruiker bloemen overhandigd.  Het deed ze veel genoegen.

Alle geleiders stonden op het terrein en Roger nam van de gelegenheid gebruik om hen het slechte nieuws te vertellen.  We moesten weg.  Verslagenheid en ongeloof bij iedereen.  Het was niet alleen een donderslag bij heldere hemel maar een heuse orkaan en wolkbreuk tegelijk.  Terwijl bij iedereen de vraag rees hoe we verder moesten stond Roger voor een dilemma : gingen we wel verder of betekende dit het einde van de Kapelse Hondenclub ?

 

Roger, stichter van de club, zag het niet meer zitten.  Het was immers reeds de tweede maal dat de club gedwongen werd te verhuizen.  Toch kreeg hij, dankzij het enthousiasme en het doorzettingsvermogen van de vele leden, weer moed.  Wekenlang werd er naar een geschikt terrein gezocht.  Alle leden en ook symphatisanten van de club keken uit naar een vrij stukje land.  Roger en Yolande reden als gekken rond om elk stukje land, dat door de leden werd gevonden, te bezoeken.  De ligging, bereikbaarheid, geschiktheid, enz. … werden onder de loep genomen.  Eigenaars werden opgezocht, gemeenten werden aangeschreven, zelfs de notaris werd om raad gevraagd.  Het was een koortsachtige tijd.  Tijdens elke oefening werden de mogelijkheden besproken.  Vaak werd meer gepraat en werden meer plannen gemaakt dan geoefend met de honden.  Eén ding werd ons duidelijk : een hondenclub was niet geliefd, men zag ons liever gaan dan komen, men verwachtte een hoop moeilijkheden (vuil, lawaai, enz.).

 

wordt vervolgd …